Agenda


Kartstatus
Kart 1 ( Rood )
Kart 2 ( Geel )
Kart 3 ( Zwart )





De ideale lijn

Natuurlijk rijd jij de ideale lijn automatisch, op het gevoel. Je voelt direct waar je een tiende laat liggen, om het daarna niet meer fout te doen. Je kunt een ander alleen niet precies uitleggen wat hij (of zij) fout doet. Daarom dit stukje over rempunten, clipping points en dubbele raakpunten. En zodat je ook een ander kunt uitleggen waar je in uitblinkt. Mocht je dit in de praktijk willen laten zien, daag eens iemand uit voor de laddercompetitie (Ik hou me aanbevolen). Heb je zo je bedenkingen en vragen nodig dan eens iemand uit van het raceteam om te zien of zij het wel onder de knie hebben.

Het principe van de ideale lijn is vrijwel altijd dat een bocht wordt gereden van buiten, naar binnen, naar buiten. Een hoge snelheid bij het uitkomen van de bocht is erg belangrijk. Vaak zie je dat men te hard een bocht induikt, de snelheid er compleet uitgaat, om daarna weer te moeten acceleren. Het principe wat laat zien dat dit tijd kost is simpel. De maximale vertraging door het remmen is bij onze opgevoerde grasmaaiers veel groter dan de maximale acceleratie. Langzaam een recht stuk opgaan betekent dus veel tijdverlies. Dit verklaart ook het verschil in rijstijl tussen twee- en viertaktkarters, viertaktkarters rijden veel "nettere" lijnen. Het is dus van belang die lijn te rijden, die de hoogste snelheid geeft bij het oprijden van het rechte stuk. Dit betekent ook dat je niet te vroeg moet insturen! Om de punten te bepalen waar geremd en ingestuurd moet worden is het belangrijk om te kijken naar het "clipping-point". Dit is het raakpunt aan de binnenkant van de bocht, die over het algemeen voorbij het midden van de bocht ligt. Hoe scherper de bocht deste verder ligt het clipping-point voorbij het midden van de bocht.

De meest gemaakte fouten bij het nemen van een bocht zijn de volgende:

    • Te hard de bocht ingaan
    • Te vroeg insturen
    • Te laat of te vroeg op het gas (goh!)
    • Onvoldoende uitsturen
    • Te veel corrigeren
    • Het niet benutten van de beschikbare ruimte

Zeker met het laatste puntje is al gauw tijdwinst te boeken, ga er eens rustig voor zitten en probeer echt buitenkant, binnenkant, buitenkant te rijden!

In dit stukje zal ik uitleggen hoe veel voorkomende bochten (in theorie!) genomen moeten worden. Uiteraard is elke bocht anders en moet je vaak ook nog eens rekening houden met de volgende bocht(en).



Snelle bocht

Snelle bocht

Bijna elk circuit kent deze bocht, in Oldenzaal is dit uiteraard de Koffiebocht. Hij kan meestal met hele hoge snelheid worden genomen. Bij punt A stuurt de rijder in, het raakpunt ligt bij B en bij C zit de rijder al weer op de rechte lijn. Deze bocht vereist geen grote stuurbewegingen, hij verloopt zeer vloeiend.

Snelle bocht

Haarspeldbocht

Bij deze bocht moet de rijder heel laat insturen -A- om een zo groot mogelijke hoek te maken zodat na het insturen de bocht verder als een snelle bocht kan worden genomen. Het raakpunt (clipping-point) ligt bij B en van daaruit kan de rijder weer op het gas naar punt C. Oldenzaal heeft twee van deze bochten, de Hairbertpin en de Regenboog.

Snelle bocht

90 graden bocht manier A

Bij het nemen van deze bocht is het heel belangrijk wat er na deze bocht gaat komen. Dit eerste plaatje is de meest constante lijn. De rijder draait vroeg in -A- en komt sneller bij het raakpunt van de bocht -B- maar hij kan niet zo snel accelereren om bij punt C te komen. Wel kan hij later remmen en daardoor is dit een uitgelezen kans om iemand in deze bocht in te halen. Je ziet mensen vaak op deze manier de Elleboog ronden, maar�.

Snelle bocht

90 graden bocht manier B

Maar�., dit is de snelste manier om dit type bocht te nemen. De rijder stuurt zo laat mogelijk in -A- en passeert B voorbij het midden van het raakpunt. Vanuit B kan de rijder al weer accelereren om zo strak en zo snel mogellijk bij punt C de bocht te verlaten. Door de Elleboog op deze manier te nemen creeer je een inhaalmogelijkheid in de Introbocht.

 

Snelle bocht

Bocht met dubbele raakpunten (A)

Bij dit type bocht is het soms mogelijk om een lijn te vinden waardoor de rijder 2 bochten als 1 bocht kan nemen, als de 2 bochten verbonden zijn door een kort recht stuk. Het uitkomen van de eerste bocht is het inkomen voor de 2e bocht De rijder kiest de ideale lijn zo ruim mogelijk. Hij houd het midden van de baan aan, waardoor hij zonder stuur correcties, in een vloeiende lijn, door deze bochten gaat.

Snelle bocht


Bocht met dubbele raakpunten (B)

Helaas is de bovenstaande lijn niet altijd van toepassing. Soms is het beter om bij A in te sturen en ruimer langs het eerste raakpunt B te gaan om daarna zo dicht mogelijk langs raakpunt C te sturen en bij D weer op snelheid te zijn. Hierdoor maak je het snelheidsverlies in het eerste deel weer goed omdat je iets voor punt C al weer kunt accelereren. In feite is de ideale manier om de combinatie Introbocht-Sjonnie's Corner te rijden een combinatie van deze twee types (zijn jullie er nog?!) Je moet dus wel, als in type 1, de binnenkant van de Introbocht raken, maar ook zeker zo dat de snelheid die je hebt na Sjonnie's Corner maximaal is.




Nu nog een paar bochten waar we vooral van dromen en die alleen op kartweekends genomen worden...



Snelle bocht

Een zich openende bocht

Bij deze bocht moet je zo vroeg mogelijk insturen -A- om punt B zo snel mogelijk te bereiken. Vanuit punt B stuurt de rijder zo langzaam mogelijk terug naar de buitenzijde van de bocht om het laatste deel van de bocht als een recht stuk te rijden en al lang voor punt C op snelheid te zijn.

Hier mist een stuk, wie het nog ergens heeft liggen (Vrooaa van een tijdje terug) graag mailen naar webmaster@alakart.nl

Logo
logotype