Een van de belangrijkste voorwaarden om snel over een circuit te kunnen racen is een goede afstelling. In vergelijking met een auto lijkt het misschien of er op een kart weinig te veranderen is, maar de schijn bedriegt. De Vrooaa commissie ging op onderzoek uit en het resultaat: een driedelige uitleg over caster, camber, rijhoogte en nog veel meer wat wij kunnen aanpassen aan onze karts!

Een bijna kaal frame

 

Wat is er mogelijk?

De meeste afstelmogelijkheden zitten aan de voorkant van de kart. Een probleem aan de achterkant kan dan ook vaak aan de voorkant verholpen worden.

Bij stuurinrichting is het mogelijk om camber, caster, toe- of uitspoor, breedte en rijhoogte aan te passen. Aan de achterkant is het mogelijk de breedte en rijhoogte aan te passen, maar ook kan er met het derde lager en de wielklossen gespeeld worden om de kart nog beter af te stellen. Ook door stabilisatorstangen toe te voegen of te verwijderen, de bandendruk of het rubbertype aan te passen kan de kart beter worden afgesteld (of, meer naar jou wens).

 

Hoe werkt een kart?

Om te begrijpen hoe je een kart afstelt, is het allereerst belangrijk te weten hoe het principe van een kart nu eigenlijk werkt. Of beter, hoe verschilt een kart ten opzichte van een gewone auto? Dit verschil zit hem vooral in het differentieel, of eigenlijk, het ontbreken daarvan. Waar bij een gewone auto alle 4 de wielen los kunnen draaien, zitten de achterwielen van een kart op een starre achteras. Dit betekend dus dat wanneer je een bocht maakt het binnenste achterwiel even snel moet draaien als het buitenste achterwiel.

Iedereen die vroeger wel eens met een goedkoop speelgoedautootje heeft gespeeld heeft misschien wel eens opgemerkt dat dit sturen met een starre achteras niet zo goed wilt lukken. De radius die het buitenste wiel moet afleggen is namelijk groter dan die van het binnenste wiel. Een van de twee wielen (meestal het binnenste) zal dan dus ook moeten gaan slippen (of een andere diameter hebben, maar dit komt in de praktijk om bepaalde redenen zelden voor) om de bocht te kunnen maken. Het is gelijk ook de reden waarom je skelter met maar 1-wiel aandrijving vaak fijner reed dan een met twee aangedreven wielen.

Het loskoppelen van een achterwiel bij een skelter klinkt misschien heel handig, maar bij het karten zal dit het uitaccelereren van bochten niet ten goede komen. Daarnaast zal de stabiliteit op het rechte stuk ronduit slecht zijn en zal het weggedrag van bochten linksom heel anders zijn dan die van bochten rechtsom. Een differentieel zal de kart al snel veel zwaarder maken en zal waarschijnlijk niet eens passen op de lage achteras van een kart (zeker niet wanneer we voor +/- 100 euro per jaar willen blijven karten).

Dit betekend dus dat er een andere manier moet worden gevonden om de kart, met een starre achteras, alsnog soepel door de bocht te kunnen krijgen. De simpelste oplossing is om een van de wielen van de grond te krijgen bij het insturen van een bocht. Uit natuurkundige overwegingen die moeder natuur voor ons gemaakt heeft, is het binnenste wiel het meest voor de hand liggend. Om dit te bewerkstelligen beweegt tijdens het sturen het ene voorwiel omhoog en het andere voorwiel iets omlaag. Door het caster, de breedte van de voorwielen en de breedte achteras aan te passen kan dit optillend effect worden versterkt of verzwakt.

 

Let vooral op het binnenste achterwiel wat wordt opgetild om de bocht goed te kunnen maken.

Algemeen

We zullen beginnen met een aantal algemene afstelmogelijkheden. aan de kart

Bandencompound

De rubbersamenstelling is voor ons, bij A la Kart, meestal meer een gegeven dan een keuze, daarom zullen we er kort over zijn. Voor de prestaties is normaal gesproken een zo zacht mogelijke band het snelst, omdat deze het grootste contactoppervlak met de grond kan maken. Echter, wanneer de velg- en banddiameter standaard zijn, kan een te zachte band voor instabiliteit in de bochten zorgen omdat de band dan axiaal kan gaan bewegen (van de binnenkant naar de buitenkant). Zoals bekend van bijvoorbeeld de Formule 1, zullen harde banden minder snel slijten en zijn deze voor ons dus vooral uit financieel oogpunt efficiënter.

Bandendruk

Iets wat wij wel, en heel makkelijk, kunnen aanpassen is de bandendruk. De bandendruk is bepalend voor hoe snel je ‘grip’* voelt en hoe snel je banden slijten. Een hoge bandendruk zorgt ervoor dat de banden snel op temperatuur zijn, terwijl het bij een lage bandendruk langer duurt. Wanneer je gelijk vanaf de eerste ronden veel ‘grip’ hebt, zijn de banden waarschijnlijk te hard opgepompt. De kans is daardoor groot dat de banden te warm worden, met veel slijtage als gevolg. Ook zal de band zijn optimale temperatuur overstijgen en daardoor zal de ‘grip’ sterk afnemen. Anderzijds, wanneer de banden maar geen ‘grip’ krijgen, zit er mogelijk te weinig lucht in. Omdat de ene rijder zwaarder is dan de andere rijder, kan het zijn dat een grotere rijder een iets lagere bandendruk moet gebruiken dan een kleine rijder. In A la Kart termen: de bandendruk in kart 1, zal waarschijnlijk hoger moeten zijn dan ik kart 3.

Ook het verschil in bandendruk voor en achter kan verschil maken in de wegligging van de kart. Over het algemeen (niet bij A la Kart) is de druk in de achterbanden hoger dan in de voorbanden. Je hebt namelijk achter meer grip nodig, omdat daarop al het motorkoppel en remkracht wordt losgelaten. Hoe kom je achter de ideale verdeling in de bandenspanning? De algemene regel is dat wanneer je overstuur hebt, de spanning achter hoger mag (of lager voor) en bij onderstuur precies andersom.

Onder droge omstandigheden is zal de bandendruk tussen ongeveer 0,7 en 1 bar moeten zijn. Wanneer het nat is kan de bandendruk een stuk hoger, 2 tot 3 bar is dan normaal. Dit omdat je tijdens nat weer de band iets bol wilt hebben staan, zodat het contactoppervlak kleiner wordt en je dus minder last van aquaplaning hebt.

Stabilisatorstangen

In ons frame zitten voor en achter twee korte naar binnen wijzende stukken frame. Deze ronde stukken zijn bevestigingspunten voor de stabilisatoren, die wij meestal niet gebruiken. Bij het toevoegen van deze stangen wordt het frame stijver.

Een slap frame zal, relatief, veel kunnen wringen en buigen in de bochten. Bij een stijf frame daarentegen zal de kart als een massief blok bewegen. Hoe krijg je dan het meeste grip? Dat is bij stabilisatoren lastig te zeggen (vooral omdat wij het zelf nooit in de praktijk geprobeerd hebben). Er zal een optimum gevonden moeten worden in de stijfheid van het frame. Een slap frame kan wat meer bewegen met het asfalt en hierdoor meer ‘grip’ krijgen, een te slap frame kan er echter ook weer voor zorgen dat de kart juist ‘grip’ verliest wanneer door het buigen van het frame de drukverdeling onder de wielen niet meer optimaal is. Een stijver frame ervoor zorgen dat de kart directer reageert op jouw input als rijder en kan helpen bij het optillen van het achterwiel in de bochten. 

Het glimmende deel is de stabilisator (in dit geval net achter de achteras), waarmee de stijfheid van het frame kan worden aangepast.

Stabilisatorstangen zijn plat in het midden. Door dit stuk verticaal (open in vaktermen) te zetten voeg je maximale stijfheid toe, door dit platte stuk horizontaal te zetten (dicht) wordt maar heel weinig stijfheid toegevoegd. Ook kan nog gespeeld worden met de bevestiging van de stangen, bijvoorbeeld door ze maar aan 1 kant vast te zetten. Door de stangen te draaien kan de ‘ideale’ hoeveelheid gevonden worden. Uw redacteur zou voorstellen in ieder geval de stangen voor te gebruiken.

 

Deel 2 over de achterkant van de kart zal binnenkort op de website verschijnen. Heb jij al vragen of toevoegingen op de bovengenoemde onderwerpen? Laat het dan hieronder weten!

 

*Grip: Het woord grip wordt vaak gebruikt om te beschrijven hoe goed bijvoorbeeld de wegligging van een voertuig is. Echter, grip is meer een gevoel van de bestuurder dan een echte eenheid. Daarom zijn alle in dit artikel gedane uitspraken om de grip te verbeteren gebaseerd op ervaringen van rijders en geen garantie dat ook jij er extra grip mee ervaart.

Leave a Reply

You must be logged in to post a comment.